Een winkelhaak van een timmerman, eenvoudig getekend: een dwarsbalk boven en onder, verbonden door één rechte staaf — precies het gereedschap waarmee een bronstijdambachtsman een balk recht maakte of een muur haaks zette. Uit dat ene gereedschap groeide het woord voor de arbeid zelf: werken, een ambacht, een vak.
Een stukje cultuur
Geleerden, boeren, ambachtslui, kooplui Het keizerlijke China rangschikte zijn volk in vier standen, 士农工商: geleerden (士) bovenaan als hoeders van kennis, dan boeren (农) die het rijk voedden, dan ambachtslui (工) die bouwden en maakten, en kooplui (商) helemaal onderaan — wantrouwd omdat ze wonnen aan andermans arbeid zonder zelf iets te produceren. Die rangorde bepaalde eeuwenlang carrières: de keizerlijke examens konden een boerenzoon naar de top tillen, terwijl zelfs de zoon van een rijke koopman op papier onder hem bleef staan. Vandaag zet 工人 (gōngrén), "arbeider", en 工厂 (gōngchǎng), "fabriek", hetzelfde oude gereedschap aan het werk in een heel ander China.
Gebruik het in een echt woord
手工
shǒugōng · sau2 gung1
handgemaakt; handwerk — letterlijk "hand-werk"; 手 ken je al