Bronzen inscripties tonen 狗 al als een combinatie van 犬, “hond”, en 句 als klankhint. Het is dus een klank-betekeniskarakter: het dieronderdeel geeft de categorie aan, terwijl 句 naar de historische uitspraak wijst. Onderzoekers beschrijven 狗 als een vroeg woord voor hond, mogelijk ontstaan als regionale spreektaalvorm naast 犬. Deze tekening volgt die aangetoonde bouwstenen in plaats van een verzonnen hondvormig orakelbotteken.
Een stukje cultuur
Van oud 犬 naar alledaags 狗 犬 is het oudere, meer literaire karakter voor “hond”; 狗 is het gewone woord dat je in zowel Mandarijn als Kantonees hoort. De hond is ook het elfde dier van de Chinese dierenriem, dus 狗年 betekent “Jaar van de Hond”: gǒunián in het Mandarijn en gau2 nin4 in het Kantonees. Zo opent één alledaags woord voor een huisdier ook een deur naar de traditionele kalender.